Publicaties

uit “De Stentor – Nieuw Kamper Dagblad ” vrijdag 07 maart 2008 (© 2008 Wegener Nieuwmedia) door Carel de Coeij
Van Bas Steller
Ruim een jaar geleden overleed de Kamper kunstschilder Bas Steller, voor kunstacademie-studenten het vertrouwde gezicht in de bibliotheek én in het tekenlokaal. Ruim twintig jaar lang – vanaf zijn pensionering tot aan het vertrek van de academie naar Zwolle – was Steller elke dag te vinden op de academie, waar hij zijn ruimbemeten schilder- en tekentalent almaar verder ontplooide. Daarnaast was Steller prominent lid van De Varfdeuze. Bas’ zoon Remy droeg gisterochtend – zie de foto onder op deze pagina – officieel de artistieke nalatenschap van zijn vader over aan directeur Herman Harder van het Walkate Archief: schetsboeken, honderden tekeningen en schilderijen. Daarnaast de neerslag van Stellers uitvoerige stamboomonderzoek. Een veelkleurig talent – want naast zijn werk als beeldend kunstenaar, was hij bijna vijftig jaar lang organist van De Bron in IJsselmuiden. Een bijzondere artistieke loopbaan. In zijn jeugd – hij werd geboren in 1928 in de Kamper Oranjewijk – kreeg Steller les van de Kamper kunstschilder Kruishoop, hetgeen resulteerde in een serie tekeningen en schetsen met Oost-Indische inkt. Vervolgens – hij werkte bij Berk en Douwe Egberts -zou het tot midden jaren tachtig – duren tot hij als vutter zijn beeldend talent weer kon laten opvlammen. Hij werd twee dagen in de week bibliotheekmedewerker op de kunstacademie, in ruil daarvoor kon hij aanschuiven in schilder-, teken- en beeldhouwlokaal.
Bijna twintig jaar lang was hij daar een vertrouwd gezicht -vooral in de lessen modeltekenen. „Het model, het naakte model, is eigenlijk een van de traditionele onderwerpen in de schilderkunst, naast het portret, stilleven en landschap. Maar ik zal nooit de vrije natuur in trekken zoals anderen wel doen om te schilderen. Nee, de mens is het belangrijkste onderwerp voor mij”, zei hij in een interview in het Kamper Nieuwsblad in ’86. Hij exposeerde regelmatig en verkocht goed, maar bleef oefenen, bleef zichzelf verbeteren.
Ik heb gisteren in het Walkate Archief vol bewondering enkele van zijn schetsboeken modeltekenen doorgebladerd – ze tonen een zelfverzekerde en trefzekere pen die in enkele welgekozen lijnen een vrouwenlichaam als levend op papier weet neer te zetten. Ook in zijn schilderwerk – olieverf op doek en paneel, vooral vrouwen, abstract en (Kamper) stadsgezichten in vrije vorm – is er sprake van die mengeling van ambachtelijke vaardigheid en kunstzinnig vuur. Zijn werk sprankelt, fonkelt en laat je ogen niet los. Het lééft.
Veel van zijn werk is verkocht aan particulieren maar ook aanwezig in diverse kunstcollecties van onder meer de gemeente Kampen, Douwe Egberts Utrecht, kantorencomplex de Meeuwenhorst in Kampen. Tevens circuleert veel van zijn werk in diverse kunstuitleensystemen. De afgelopen maanden is het Walkate Archief druk geweest met het inventariseren van Stellers nalatenschap, die zowel kwalitatief als in omvang imposant is. Daarmee is het fundament gelegd voor een mooie overzichtstentoonstelling.

uit “De Stentor – Nieuw Kamper Dagblad ” vrijdag 07 maart 2008 (© 2008 Wegener Nieuwmedia) door Carel de Coeij
Werk Steller overgedragen


Remy Steller (links), zoon van de vorig jaar overleden Kamper kunstschilder Bas Steller, tekende gisteren in het Walkate Archief voor de officiële overdracht van de artistieke nalatenschap van zijn vader.
foto Carel de Goeij
Symbolisch overhandigt hij Walkate-directeur Herman Harder één van de schilderijen.

Uit “de Brug” donderdag 24 augustus 2006 (© uitgeverij deBrug Kampen)
‘Ik ben geen man van de stillevens’
(door Annemieke Riesebos) KAMPEN – Bas Steller is geboren en getogen in de Kamper Oranjewijk. Als kleine jongen begon hij met tekenen en schilderen. Niet dat hij hierin werd gestimuleerd door zijn ouders of school. De kleine Steller had talent en dit ontwikkelde hij zelf. Inmiddels is hij 78 jaar. Doordat de schilder zich lange tijd door zijn ziekte (longkanker) heeft moeten knokken, heeft hij al een tijd niet meer geschilderd.

Wel heeft hij het schilderen erg gemist het afgelopen jaar. Voorzichtig is hij onlangs weer begonnen. “Het gaat nu redelijk goed met me. Ik kan nog niet zoveel doen. Om in m’n atelier te komen moet ik twee trappen op en dat is nogal vermoeiend.”
Al bijna dertig jaar is Steller lid van schildersvereniging De Varfdeuze. In september begint het nieuwe seizoen weer.
De Kampenaar verheugt zich op het samen schilderen met andere Kamper kunstenaars.
Les kreeg Steller van de Kamper kunstschilder Kruishoop. Zeventien was hij toen. Van hem heeft hij veel geleerd. “Op mijn 58ste ging ik met pensioen. Ik werkte bij Douwe Egberts. Dat was een mooie kans om me meer bezig te gaan houden met kunst.” Steller ging werken in de faculteitsbibliotheek van de Kunstacademie.
Dit deed hij twee dagen per week. In ruil daarvoor volgde hij lessen modelschilderen en beeldhouwen. Achttien jaar lang was Steller op de academie te vinden. “Toen ging de academie verhuizen naar Zwolle. Een groot verlies voor zowel mijzelf als de stad Kampen.” De werken van Steller zijn realistisch. Zo af en toe zit er eens een abstract doek bij. Met stillevens en landschappen heeft hij niets. “Daar ben ik geen vent voor, het boeit me niet.”
Expressie
Geboeid wordt hij wel door het menselijk figuur. Als materiaal gebruikt Steller olieverf en zijn doeken vallen op door de vele kleuren. “Dat kleurrijke is heel belangrijk in mijn werk.”
De Kampenaar schildert hoofdzakelijk uit zijn hoofd. Wel bewaart hij al zijn schetsen en gebruikt die voor nieuwe schilderijen. Mislukken doet er nooit iets.
“Het wordt altijd wel wat. Als ik aan een schilderij begin weet ik ook nooit welke kant het opgaat. Ook gebeurt het wel eens dat ik een doek dat half klaar is weg zet. Een half jaar later pak ik het weer en maak het dan af.”
Door zijn ziekte kan Steller niet meer elke dag schilderen. Vroeger deed hij dat wel. Zat is hij zijn passie nooit geweest. “Schilderen is boeiend. Het leid me af van het dagelijks leven en ik kan er veel expressie in kwijt.”
Voor zijn ziekte exposeerde Steller regelmatig. Zijn laatste expositie was vorig jaar augustus in de Koornmarktspoort. Dit jaar exposeert hij niet. “Misschien volgend jaar weer, als ik er nog ben.”
Dat Steller van zijn hobby nooit zijn beroep heeft kunnen maken betreurt hij niet. “Ik ben realistisch genoeg om te weten dat dat geen vetpot zou zijn.”
Meer info over Stellers werk is te vinden op bas.steller.cc

16 November 1988 Kamper Nieuwsblad
De Varfdeuze
Het bezoeken van tentoonstellingen van schildersverenigingen zoals die van De Varfdeuze in de Kamper Synagoge of van het Zwolse Palet in het Meppeler Expositiecentrum leidt bijna onvermijdelijk tot het zoeken naar nieuw talent.
In de meeste gevallen exposeerden de deelnemers namelijk elders al solo of in iets kleinere groepen. Het bezwaar van omvangrijke groepspresentaties is dat ze over individuele kunstenaars weinig zeggen. Zeker wanneer ook nóg gesproken kan worden van een pluriforme groep, krijgt de tentoonstelling al gauw een loszand verband waarbij individuele verrassingen de charme van een bezoek bepalen.
De tentoonstelling van schildersvereniging De Varfdeuze in de Kamper Synagoge brengt naast veel werk van oude bekenden ook minder bekende kunst voor het voetlicht van kunstenaars die om wille van hun status als amateur of om andere redenen minder frequent exposeren. Minder zelfs dan gezien het niveau van hun werk wellicht aannemelijk zou zijn. Opmerkelijk is o.a. de kunst van Steller, in de trant van nieuwe figuratieve schilders als Alfons Freymuth, mevrouw Kuyper, die met haar twee mystieke linosneden van wat groter formaat opvalt en het werk van Dorgelo, die met zijn stileringen van stadsgezichten nog steeds niet in maniërisme is vervallen, hoewel dit gevaar op termijn zeker levensgroot zal opdoemen, de heer Dorgelo exposeerde overigens al eerder in Varfdeuze verband en de tijd lijkt rijp voor een iets omvangrijker tentoonstelling. Onbekend, maar daarom niet minder goed, zijn de transparante aquarellen van de heer Kanis die volledig’ recht doen aan hét verstilde landschap. Ook de etsen van A. Kuyper die aansluiten bij en voortborduren op primitieve, prehistorische kunst, de verstilde en uitgebalanceerde stillevens van de heer Kok en de opmerkelijk en consequent gestileerde tekeningen van de heer Werner verdienen ieders bijzondere aandacht. Tentoonstelling: De Varfdeuze, t/m 19 november in De Synagoge te Kampen.

14 Februari 1995 Kamper Nieuwsblad;
Varfdeuze verrast met professionele kwaliteit.
KAMPEN – Een bezoek aan de jaarlijkse tentoonstelling van De Varfdeuze in de gemeentelijke expositieruimte, wordt gehouden is een absolute aanrader. De tijd, dat zo’n tentoonstelling kritiekloos werd gevuld met de huisvlijt van vriendelijke mensen, die het aan techniek maar ook aan visie ontbrak om zich in lijn en kleur boeiend te uiten, is voorbij. Wie nu de expositie van De Varfdeuze bezoekt valt van de ene verbazing in de andere. De tentoonstelling duurt tot en met 4 maart 1995.
S. Steller schilderde in olieverf drie gelijksoortige werken, voorstellende een sterk gestileerd vrouwelijk naakt in drie verschillende houdingen, kleurig gehuld in een transparante fantasie omgeving. (Deze drie schilderijen werden door de gemeente aangekocht.) Steller modelleerde ook drie beeldjes op ‘beginnerwijze’, maar wel in een intrigerende blauwkleurige materie.

1995 Kamper Nieuwsblad;
KUNSTAANKOPEN
Gemeente Kampen heeft drie kunstwerken gekocht van de IJsselmuider organist en beeldend kunstenaar S. Steller. Het betreft drie olieverfschilderijen, die deel uitmaken van de expositie van De Varfdeuze, die momenteel te zien is in de Gemeentelijke Expositieruimte. Met de aankoop is een bedrag van 1530 gulden gemoeid.

DINSDAG 14 NOVEMBER 1995 Kamper Nieuwsblad
Kunst & Cultuur
De begerige blikken van een verfverslinder.

Bas Steller, schilderijen; t/m 29 1995 november in de Stadsgehoorzaal te Kampen.
Zonder krampachtig te worden klampt Bas Steller zich vast aan beproefde artistieke waarden. De 67-jarige kunstenaar uit Kampen omarmt de schilderkunst als medium bij uitstek. Hij verraadt honger naar verf in de manier waarop hij ermee schildert en boetseert. Zijn gretigheid vertaalt hij in pasteuze schilderijen met een abstract- expressionistische uitstraling.
De begerige blikken waarmee Steller naar de materie lonkt, monden uit in schilderijen waarin de verf royaal (gelaagd en geklonterd) is opgebracht. Het doel heiligt de middelen. Steller is geen verfverslinder uit effectbejag. Zijn schildertrant vreet materie. De beoogde doorploegde uitstraling vergt een berg verf. Hoe beweeglijk en expressionistisch de schilderijen ook lijken, ze zijn het resultaat van doordachte overwegingen en nuanceringen. Het proces van schilderen en overschilderen heeft veelal levendige composities opgeleverd waarin de inspiratiebron ondanks het abstraheringproces herkenbaar is gebleven. Het werk is gebaseerd op traditionele schilderkunstige onderwerpen en de stijl is allerminst oorspronkelijk. Steller sluit aan bij schilderkunstige verworvenheden die in de eerste helft van deze eeuw veroverd werden. Desalniettemin is zijn werk authentiek en de expressiedrang komt overtuigend en geloofwaardig over.
‘Kubistische stad’ is een schilderij met een enigszins misleidende titel. Kubistische principes zijn niet ver doorgevoerd. Hoewel de compositie grotendeels is opgebouwd met vierkantjes, is de ordening losjes en zijn de geometrische vormen vlot genoteerd. Met schilderijen als ‘Volksdans’ en ‘Duinen bij Katwijk’ onderstreept Steller zijn voorkeur voor boetseren met verf. Een ander opvallend kenmerk dat veelvuldig voorkomt, is de kleurreductie.
Blauwgroene nuances domineren in ‘Damesorkest’, ‘Midzomer nachtdroom’ en ‘Wachten op morgen’. Minimaal gebruik van enkele felle contrasten (oranjerood, geel) houden de spanning vast. Levendige lijnvoering, vlotte toets- en joyeuze Vormentaal doen de rest.
Vergelijkbare eigenschappen komen voor in ‘Koningsdochters’ en ‘Het laatste perron’. Ook hier beheersen sobere blauwgroene schakeringen de sfeer. Abstracties en stileringen zorgen voor de nodige vitaliteit en oplichtende kleuraccenten garanderen onmisbare spanning.
Soms is de verfopbreng van Steller zo overdadig dat hij de grens van materie schilderkunst nadert. Met vlotte expressionistische gebaren geeft hij een onverwachte draai aan het doorploegde schilderij. Maar de kunstenaar huldigt ook andere inzichten. In ‘Buurpraatje’ en ‘Moeders met kinderen’ vallen de zware accenten op die door zwarte omlijningen worden veroorzaakt.
In het laatstgenoemde werk heeft de pasteuze schildertrant plaatsgemaakt voor transparante vlakken die door de vette lijnen heen breken. Die transparantie heeft zich in ander werk niet gemanifesteerd.

De Nieuwsbode 21 december 1995

bas steller behalve schilder ook musicus.

Bas Steller wil zijn expressiedrang uiten
ZEIST-Wie nog kennis wil maken of de kennismaking wil vernieuwen met de werken van de kunstschilder Bas Steller, heeft daartoe de gelegenheid tot 9 februari in Bovenwegen. Daarna is de kans wat een groot aantal werken betreft verkeken, want die zijn al in de eerste week van de expositie verkocht. De tentoonstelling is in Bovenwegen dagelijks geopend van 10.00 uur tot 17.00 uur.
De kracht van het werk van Bas Steller ligt in zijn kleurgebruik en de wijze waarop hij zich de verf als materiaal eigen maakt voor zijn imposante doeken. Geen enkele toeschouwer ontkomt aan de zeggingskracht van zijn werken, naast techniek ondersteund door een krachtig èn prachtig kleurgebruik.
W.van der Beek omschrijft het in een beschouwing als volgt: “Steller verraadt honger naar verf in de manier waarop hij ermee schildert en ‘boetseert’. Zijn gretigheid vertaalt hij in pasteuze schilderijen met een abstracta-expressionistische uitstraling. Hoe beweeglijk en expressionistisch de schilderijen ook lijken, ze zijn het resultaat van doordachte overwegingen en nuanceringen. Levendige composities, waarin de inspiratiebron ondanks het abstraheringproces herkenbaar is gebleven.”
Bas Steller is geboren in 1928 in Kampen. Op jonge leeftijd kreeg hij les van de Kamper kunstschilder Kruishoop. Later werd hij lid van de Vereniging Beeldende Kunstenaars ‘De Varfdeuze’ in Kampen. Naast de beeldende kunst is hij ook op muziekgebied actief als kerkorganist. Vooral voor J.S.Bach heeft hij grote bewondering. In 1986 ging Steller met vervroegde VUT en bezocht daarna de kunstacademie in Kampen, waar hij de opleiding schilderen en beeldhouwen volgde. Ook nu is hij nog steeds actief aan de academie en wel met schilderen en veel modeltekenen/boetseren. Veel van zijn werk is verkocht en onder andere ook te vinden in diverse kunstcollecties. De gemeente Kampen, Douwe Egberts Utrechten kantorencomplex ‘De Meeuwenhorst’ hebben zijn werk aangekocht, maar het is ook te vinden in diverse kunstuitleen systemen en bij veel particulieren.
Steller exposeert regelmatig, zowel in groepsverband als in solo exposities zoals nu tot l0 februari in Bovenwegen. Alle werken zijn uitgevoerd in olieverf op paneel. De studies in de vitrines op het Dorpsplein zijn niet te koop, van de andere werken is een overzichtslijst aanwezig.

22 oktober 1986 Kamper Nieuwsblad;
Portret van Varfdeuze-exposant:
Sebastiaan Steller een leerling van Kruishoop

KAMPEN – „De mens in z’n algemeenheid vind ik het interessantst. Hij is de belangrijkste creatuur van de schepping.” Een uitspraak van de schilder van de vijf „naakten” op de tentoonstelling van de amateurvereniging de Varfdeuze die tot en met 22 november 1986 te bezichtigen is in de Synagoge in Kampen. Sebastiaan Steller, woonachtig in Kampen, vertelt over zijn aandeel in de expositie die nauwelijks meer amateur te noemen is.
„Het model, het naakte model, is eigenlijk een van de traditionele onderwerpen in de schilderkunst, naast het portret, stilleven en landschap. Maar ik zal nooit de vrije natuur in trekken zoals anderen wel doen om te schilderen. Nee, de mens is het belangrijkste onderwerp voor mij.” Steller schildert al lang. Hij kreeg toen hij achttien jaar was les in Zwolle van G.J. Kruishoop, waarvan onlangs werken geëxposeerd werden in het Walkate archief. Sindsdien schildert Steller „te hooi en te gras”, zoals hij dat noemt.
Schetsen
Op de vijf acrylverfschilderijen die nu geëxposeerd zijn is telkens een naakte vrouw te zien met elke keer dezelfde stoel. „Voor de expositie heeft iedereen een serie gemaakt. Ik heb gebruik gemaakt van een stoel om er repetitie, herhaling,’ in te brengen. Op zo’n schildersavond is soms een model aanwezig. Daar maak ik schetsen van, die ik thuis uitwerk. Er volgt dan een proces van veel schetsen, bekijken en bedenken. Uiteindelijk volgt een slotfase waarin ik alles inkleur. Deze duurt ongeveer vijf uur.”
„Ik ben nu zeven jaar lid van de Varfdeuze. Ik heb zelf ook een atelier, maar in groepsverband schilderen is fijn. Hoewel ik wel steeds vrijer en eigenwijzer wordt: ik bepaal helemaal zelf wat ik schilder. Slechts wat betreft de technische kant aanvaard ik soms kritiek en verander wat.
Die eigenwijsheid heeft er ook voor gezorgd dat ik niet schilder van beroep ben geworden.
Als schilder zijnde moet je stukken maken die boven het dressoir passen en dat weiger ik.”

Personeelsblad Kanis en Gunnink
EXPOSITIE KG-MEDEWERKERS
Tijdens open huis gemoderniseerd kantoorpand
27 januari 1983

Meestal met kleuren
Bas Steller heeft als hobby schilderen. Bij Kanis & Gunnink is hij voorman Theeverpakkerij en Vacuumcontrole; het schilderen heeft hij nodig om geestelijk bezig te zijn, iets te maken. Hij bedient zich in zijn hobby van verschillende technieken: aquarel, gouache, olieverf en de laatste tijd werkt hij ook veel met acrylverf. Dat is een nieuw materiaal in de kunstschilderswereld. Het laat zich net als olieverf verwerken, geeft eenzelfde resultaat maar is veel sneller droog. (Binnen zo’n 2 tot 5 uur, terwijl olieverf soms pas na twee jaar droog is). Vormen van gemengde techniek raken ook in zwang; zo combineert Bas wel Oostindische inkt met waterverf, maar zijn voorkeur gaat uit naar aquarel en verdunde gouache-verf. Maar echt voorkeur voor een bepaald materiaal heeft de heer Steller eigenlijk niet. ,,Ik kan bijvoorbeeld weken met olieverf zitten te prutsen en als ik het dan met aquarel probeer, lukt het soms in een keer.” Hij schildert waar hij zin in heeft, landschappen, naakt en stillevens, vaak in verenigingsverband. De heer Steller is lid van de Kamper teken- en schildersvereniging „de Varfdeuze”.
,,Schilderen doe ik in het weekend, ’s avonds, soms zelfs ’s nachts. Ik werk in de ploegendienst en kan dan, als ik ’s nachts geschilderd heb, ’s morgens uitslapen”.
De techniek van het schilderen is volgens hem niet belangrijk: „Je moet visie hebben, weten wat en hoe je iets wilt benadrukken” en Bas Steller doet dit meestal met kleuren. Zijn werk zou expressionistisch genoemd kunnen worden. Het mooiste compliment dat hij ooit over zijn kleurgebruik kreeg, was – naar zijn zeggen – op de Kamper Kunstmarkt. Hij exposeerde daar. „Een dame had al een paar keer naar eenzelfde schilderij van mij gekeken. Ze liep weg, maar kwam toch weer terug. Er moest haar iets van het hart. Naar het schilderij wijzend, vroeg ze, goed bedoelend: „U zult wel kleurenblind zijn?”
Een dergelijke vraag is kenmerkend voor het werk van de heer Steller. Hij schildert wat hij waarneemt en hoe hij het beleeft. „Als ik een boom precies wil naschilderen, met exact dezelfde kleuren, dan kan ik beter een kleurenfoto maken. Maar ik wil tot uitdrukking brengen hoe ik bijvoorbeeld die boom in zijn omgeving ervaar; dat kan bijvoorbeeeld beschermend zijn. Of in een novembertafereel de somberheid over laten komen. Kleur heeft voor mij ook de functie om een mooi geheel te kunnen maken. Als ik denk dat het in de totale afbeelding mooi is, dan zou ik best een wolk oranje kunnen schilderen”.
Toch kan Bas Steller nog niet helemaal los komen van het fotografisch waarnemen. Op de expositie tijdens het open huis toont hij twee werkstukken, waarmee hij laat zien dat hij er bij tijd en wijle wel in slaagt. Vechten met de materie noemt hij het schilderen. Voordat hij daadwerkelijk begint, spendeert hij de meeste tijd aan de voorbereiding, de studie van het object, de visie. Menige schets verdwijnt in de prullemand. „Ik ben dan geladen en gespannen. Maar als het idee eenmaal in mijn hoofd zit, staat het met drie a vier uur op het paneel”. Na het schilderen is hij leeg en meestal voldaan.
„Ik berg het werk dan ook direct op, af is af. Je kunt het verder alleen nog maar verprutsen!”
De werken van Ans de Graaf en Bas Steller zullen tot en met maart in de gang van het kantoorgebouw te bezichtigen zijn.