Project omschrijving

Exposities Bas Steller

Koornmarktspoort 13 november t/m 11 december 1982

Jaarlijkse tentoonstelling van de vereniging “de Varfdeuze”

Schilderende wethouder Elfers: Nieuwe expositie De Varfdeuze uit de verf
KAMPEN – Wethouder L. V. Elfers zei het, zoals men het vroeger bij hem thuis met de duim omhoog placht te zeggen: “t Is uit-de-verf!, toen hij zaterdagmiddag in de Koornmarktspoort de jaarlijkse tentoonstelling van de amateurschilders- en tekenaarsvereniging ‘De Varfdeuze’ opende. En de wethouder kan het weten, want hij schildert en tekent als liefste hobby zelf. Overigens niet bij de Verfdeuze: hij benijdt de leden om het feit, dat zij er wèl de tijd voor kunnen nemen. Dat was dan meteen een teleurstellend antwoord op de vriendelijke uitnodiging van voorzitter Jan Brokkelkamp aan de wethouder, zich in de gelederen van de Varfdeuze te voegen. Maar toch overhandigde wnd. cultureel ambtenaar Dick Spijker hem de fles wijn, als dank voor zijn openingstoespraak, als gebruikelijk. Voorzitter Jan Brokkelkamp sprak het welkomstwoord tot de opvallend velen, die naar de Koornmarktspoort waren gekomen, onder wie behalve wethouder Elfers ook wethouder Doornewaard van Oldebroek (en hij had ook oud-wethouder v. d. Berg van Zwolle kunnen ontwaren in de menigte). ‘De Varfdeuze groeit, de leden zijn actief en over belangstelling heeft ze niet te klagen’, aldus karakteriseerde de voorzitter de toestand van zijn vereniging. ‘Per oefenavond zijn 18 a 20 amateurs aanwezig en dat doet ons wel naar een eigen atelierruimte verlangen’ (men komt nu in een zaal van ’t Speelwerk bij elkaar). De activiteit van de leden blijkt uit het feit, dat jaarlijks naast de ‘grote’ tentoonstelling nog een 20-tal kleinere exposities gehouden wordt. Voorts exposeert het lid Joh. v. d. Noort in Dronten en nemen de leden deel aan het Midzomerfeest.
Bezuinigen
Twee wethouders hadden zich al eens op een oefenavond laten zien (Kranenburg en Elfers). Niettemin meende de gemeente ook op de Varfdeuze te moeten bezuinigen. Van de ƒ 375,— gemeentesubsidie, die in de loop der jaren nooit was bijgesteld als inflatiecorrectie, moest nog worden ingeleverd. ‘De cultuur wordt wel erg gemakkelijk gepakt’, aldus de voorzitter. Wethouder Elfers reageerde daar meteen op in zijn Openingstoespraak: ‘De bezuiniging bedraagt 5% van ƒ 375,—; er is geen vereniging in Kampen die zo weinig moet inleveren als u’!,zei hij ad rem. Voorts verklaarde de wethouder zich ‘smid in de smidse’ te voelen, omdat hijzelf ook met veel liefde schilderde en tekende. Het bijzonder prettige van deze amateurkunstbeoefening is, zei hij, dat men er op oudere leeftijd mee door kan gaan, hetgeen hij met musiceren bijvoorbeeld onmogelijk achtte. Hij noemde het geëxposeerde werk van de Varfdeuzeleden ‘van goed niveau’ en had op een oefenavond de nauwgezetheid van werken bewonderd. Vervolgens herinnerde hij er aan, dat honderd jaar geleden, de ‘impressionisten’ doorbraken, door de starre vormelijkheid van de traditie heen, maar verscheidenheid van kleuren en tinten, naar de echte natuur van een prachtige wereld, die men als vorsten mag genieten en terug naar de gewone dingen als onderwerp. Nederland was de Fransen daarin al voorgegaan: Avercamp, Jan Steen en later Van Gogh, hielden het bij de gewone dingen.
De wethouder citeerde tenslotte onze dialect columnist Driekus, dat ‘een profeet in eigen land niet wordt geëerd’, maar hij wenste de Varfdeuze-expositie veel bezoek toe.

Een artikel uit 1982 waar de leden hoogstwaarschijnlijk wat minder blij van werden;

‘Varfdeuze’ : Pas op! Rimpelloze vijver kan dood-in-de-pot worden.

KAMPEN – De ledenexpositie in ‘De Varfdeuze’, die nog tot en met 11 december in de Koornmarktspoort is te zien, is typisch een amateurs-expositie. Er is veel werk te zien, dat in zeker inzicht en oefening toont, maar geen enkel stuk verraadt de beeldingsdrift van een bevlogen kunstenaar, die even door de muze is aangeraakt. Er is veel verschil in onderwerpen, maar bijna alle werken hebben gemeen, dat in makers zich maar het liefst bij het afbeelden – met of zonder vrijheden, dat wel – van de ons aandringende werkelijkheid houden, en verre van het experiment, dat moeder-de-vrouw het aan de wand zou willen hebben.

De Varfdeuze’ is ongetwijfeld een gezellige vereniging, die een breede compensatie biedt voor dagelijkse zorgen. Maar de vraag, hoe groot het verlangen verder te komen in de kunst in kunstbegrip, kan maar beter niet gesteld worden. En dan mag ‘De Varfdeuze’ wel uitkijken, dat het er niet de dood in de pot wordt, hiermee wil niet gezegd zijn, dat we geen waardering kunnen opbrengen voor wat er in de weg een de traditie, in deze rimpelloze-Kamper vijver aan moois en steeds wordt gemaakt. Dat zal het navolgende, een gang langs de geëxposeerde werken, wel duidelijk maken. We meenden echter vooraf ook even op langertermijn uit te moeten zien, en een waarschuwing te moeten laten horen.

Exposanten

G. Knikker uit Oldebroek, al weer verscheidene jaren lid van de Kamper vereniging exposeert (boven de trap) één olieverfschilderij en vier crayontekeningen. Het schilderij bevalt ons het best, omdat de tekeningen erg amateuristisch zijn en geen vrije hand laten zien. Het schilderij heeft saaie gedeelten en ‘maniertjes’, maar de bomen verraden sympathieke, persoonlijke aandacht. Paulien Boele heeft een degelijke vakopleiding achter de rug, maar haar ontwikkeling liep terug, toen ze de akademie had verlaten. Ditmaal zijn er onder vijf geëxposeerde aquarellen echter twee, die een zekere losse aanpak als vroeger tonen: ‘Ganzen’ en ‘Bloemen’, waarvan H. J. Kok excelleert op deze tentoonstelling, met twee knappe krijttekeningen en drie heel mooie aquarellen, waarvan ‘Maanlicht op Mandjeswaard’ door de knappe verwerking van het tegenlicht de beste is. Kok bereikte langzaam, in jaren vlijtige oefening, het thans bereikte peil, maar nu is hij er dan ook! J. A. van Dijk placht – naar onze indruk – H. J. Kok op twee passen afstand te volgen, en ook nu lijkt dat weer zo. Zijn aanpak is losser geworden dan ooit en hij bereikt een transparant effect, waartoe het aquarel-schilderen de mogelijkheid geeft. Het meest geslaagd vinden wij ‘Beukenlaan’, met een imposante, monumentale boom op de voorgrond. Ook zijn pastel ‘Bloemen’ wijst in de goede richting
H. J. Jonker, de tweede Oldebroeker onder de Varfdeuze-leden in jaren oefening getraind in de pasteltechniek komt dit maal niet met reisschetsen van verre landen, maar met zijn eigen omgeving. Bijvoorbeeld een brede blik in de Mastenbroeker polder, waarin alla Jan Voerman de lucht een grote rol speelt. ‘Boerderij Buitenbroeksweg’ is mooi van compositie en kleurafweging ‘Duinlandschap Schoorl’ geeft suggestief een winderige toestand weer in de vliegden, maar de sfeer van de omgeving vinden we minder goed getroffen. ‘Cellespoort’ is te pretentieus en daardoor mislukt, zowel qua tekening en compositie als kleurkeuze.
Mevr. J. v. d. Berg toont op de verdieping pastels en olieverven. Van laatstgenoemde is ‘Cleu Bay’ het meest acceptabel. De pastels zijn alle minder van kwaliteit: de portretjes te amateuristisch, de bloemen te eentonig in een vervelend geel-oranje.
J. H. R. van den Noort exposeert op de verdieping vijf kleine paneeltjes en het moet ons van het hart, dat we ze beter kunnen verdragen dan zijn grote formaten, zoals die thans in de Meerpaal in Dronten hangen. Ze hebben iets van de nauwkeurigheid van de burgerlijke romantiek van de -vorige eeuw, maar tegelijkertijd, Wat impressionistisch in kleur en sfeer. dat er iets fris aan geeft,
Wel vragen wij ons af, waarom de schilder dan op het atelier (vaak net iets verkeerde) kleuren kiest, in plaats van buiten, zoals de impressionisten deden. M. Dorgelo heeft boven een wandje met pentekeningen: netjes en met goedgekozen weglatingen in de voorstelling, maar wel erg rechtlijnig allemaal. Die wijze van doen past hem beter bij de twee aquarellen: ‘Stoel met viool’ en ‘Kompositie met kom’.
B. Steller zet – enigszins vergelijkbaar met J. Diender – zijn werkjes heel persoonlijk op, maar bij de kleurkeuze speelt hem dan een slecht (maar wel overmoedig) kleurgevoel parten. Zijn meeste werkjes hebben iets geforceerds, ook de akriel-tekening, die om duistere redenen ‘Landschap met witte (?) wolk’ heet. Gunstig steekt het naakt bij dat alles af, door goede lijn-voering en bescheiden kleur. En tenslotte – ook op de verdieping – J. Oost, met twee conté-tekeningen; portretten. Ze bewijzen een geoefende hand door een resultaat, dat gezien mag worden.

Status quo

H. Vos aquarelleert al heel lang bi) de Varfdeuze, maar wij zien geen groei in de kwaliteit van zijn werk. Het maakt een wat zachte, slappe indruk, ondanks He verlevendigende werking van het oneffen papier.

R. Huisjes toont een houtskoolportret, dat balanceert tussen losjes (de kop) en stijf (jas, das, overhemd). Zijn pastel ‘Fins meisje’ blijft beneden de maat, maar ‘Kamper jongen’ is een eerlijke poging – en beter geslaagd – om met de moeilijke pasteltechniek uit de voeten te komen. De beide olieverfportretjes tonen onvoldoende techniek.

Jan Brokkelkamp, voorzitter van De Varfdeuze en een knap schilder, hield het hier bij getekende portret- en figuurstudies. Hij stelde ons in dit werk helaas zeer teleur. Hard en ongevoelig, haastig doch zonder zwier opgezet, en onevenwichtig: zo komen de vijf geëxposeerde stukken op ons over.

J. Diender uit Lelystad poogt tot persoonlijke uitbeeldingen (meer afbeeldingen trouwens) te komen in olieverf. In de torenkamer zijn vijf stukken te zien. Helaas leidt zijn poging nog niet tot acceptabele kleuren en voorstellingen.

Louis Bramer houdt het op tekeningen naar model, daar in de torenkamer. Hij zet ze gevoelig en genuanceerd op. Overigens: Jan Brokkelkamp lijkt niets. Mari Kanis – ook in de torenkamer – toont beginnende pogingen om de aquareltechniek onder de knie te krijgen. Hij moet nog veel leren, maar de kleintjes in rond kader (‘Kamperland’ en ‘Oost Kapelle’) verrasten ons toch.

Niet in de catalogus maar wel in de torenkamer: G. Scholten met uit hout gesneden beeldjes. De abstracte doen wat aan Nic. Jonk denken. No. 86, een wolkenformatie lijkt het wel, vinden we het aardigste, en ook de stier mag er zijn.

Terugblik

A. Stivarius is het Varfdeuze-lid, naar wiens werk wij met de grootste belangstelling uitkeken, omdat hij in ’t verleden heeft getoond het meest geavanceerd en bekwaam te werken. Wat hij nu op de verdieping exposeert heeft ons echter teleurgesteld. Niet omdat het kwaliteit zou missen, maar omdat het teruggrijpt naar schilderwijzen, die de schilder in het verleden als persoonlijke vormgeving vond: in vlakken (no. 57), romantisch-monumentaal opgezet (no. 58), met Van Gogh-strepen (59). Dubbelzinnig van vormgeving en lelijk van kleur is no. 60 (‘Straatje’) en het sympathiekst is nog het eenvoudige, sfeerrijke ‘Koornmarktspoort’ (no. 61), maar waarom moest het van een oude ansicht afgekeken worden?